#informatief - Waarom oplichting de laatste jaren brutaler is dan ooit
Je telefoon licht op met een dringend bericht van 'de bank' over een verdachte inlog, of de deurbel gaat en een man in uniform waarschuwt dat er in de buurt wordt ingebroken. Het gevoel is hetzelfde: een plotselinge adrenalinepiek en de drang om te handelen. Die reflex is precies waar criminelen op rekenen. Oplichting is in 2025 geen incidentje meer dat 'alleen anderen' overkomt; het is getransformeerd tot een hooggeorganiseerde industrie die onze diepste sociale instincten tegen ons gebruikt.
De cijfers van de Fraudehelpdesk zijn ontnuchterend: het aantal meldingen explodeerde vorig jaar met maar liefst 60 procent naar ruim 100.000 incidenten. We hebben niet langer te maken met eenzame hackers op een zolderkamer, maar met een brutale golf van fraude die de digitale anonimiteit verruilt voor een confrontatie aan de voordeur. Waarom werkt dit bedrijfsmodel zo goed, en wat vertelt de recente koerswijziging van banken ons over de toekomst van onze veiligheid?
Van je scherm naar je voordeur: De opkomst van de 'nepagent'
De meest zorgwekkende trend van dit moment is de vervaging van de grens tussen de digitale en de fysieke wereld. Criminelen hebben ontdekt dat een scherm soms een barrière vormt, terwijl een fysieke aanwezigheid direct vertrouwen—of angst—inboezemt. We zien een invasie van 'nepautoriteiten': oplichters die aanbellen als agent, bankmedewerker, klusser of adviseur.
Deze overstap naar fysiek contact is een doelbewuste escalatie. Door gebruik te maken van uniformen of vervalste legitimatiebewijzen, wapenen criminelen zich met onze natuurlijke neiging om autoriteit te gehoorzamen. Ze misbruiken niet alleen onze behulpzaamheid, maar vallen ook ons gevoel van veiligheid in de eigen woning aan. De Fraudehelpdesk spreekt hierbij over een nieuwe grens van agressie:
"De brutaliteit waarmee criminelen mensen thuis benaderen is zorgwekkend."
Het gaat hier niet meer om een simpel trucje, maar om een geraffineerde vorm van psychologische oorlogsvoering waarbij sociale normen als wapen worden ingezet.
De 69 miljoen euro grens: Cijfers die duizelen
De financiële balans van de fraude-industrie is ronduit alarmerend. De data schetsen een beeld van een sector die in alle opzichten groeit:
- 69 miljoen euro: De totale buit die het afgelopen jaar door oplichters werd binnengehaald.
- 100.000+ meldingen: Een recordaantal geregistreerde incidenten bij de Fraudehelpdesk.
- 65% stijging: De toename van het aantal slachtoffers dat daadwerkelijk financieel werd uitgekleed.
Deze cijfers zijn echter slechts het topje van de ijsberg. Veel slachtoffers zwijgen uit schaamte, waardoor de werkelijke schade nog vele malen hoger ligt. Neem de gemeente Groningen: daar werden in 2025 al 20.000 inwoners slachtoffer van digitale oplichting. Dat is bijna één op de tien volwassen inwoners in één enkele gemeente. Dit illustreert dat oplichting geen marginaal probleem is, maar een maatschappelijke epidemie die elke wijk en elke straat doordringt.
De jacht op je creditcard en de cadeaubon-valstrik
Criminelen verfijnen hun tactieken continu. We zien momenteel een explosieve groei in creditcardfraude, vaak geïnitieerd via misleidende advertenties op sociale media. Wie klikt op een 'unieke aanbieding', geeft onbewust zijn gegevens weg en zit binnen de kortste keren vast aan ongewenste, dure abonnementen.
Daarnaast blijft cadeaukaartfraude een effectief middel om snel geld wit te wassen. Een schrijnend voorbeeld is de 80-plusser in Apeldoorn die voor duizenden euro's aan Google Play-kaarten wilde kopen. Hij was in de val gelokt door een Facebook-bericht waarin hem een "grote geldprijs" werd beloofd; hij hoefde alleen de codes van de kaarten door te geven om zijn winst te verzilveren.
Winkelpersoneel vormt hier vaak de laatste verdedigingslinie tegen deze isolatietactiek. Bea Hendriksen van de plaatselijke boekhandel vertrouwde het niet:
"De man is een vaste klant en normaal gesproken deed hij dit nooit. We dachten meteen: dit is niet pluis."
Dankzij haar alertheid werd een financieel drama voorkomen. Het toont aan dat menselijke intuïtie in de fysieke winkelstraat soms krachtiger is dan welk digitaal algoritme dan ook.
De Bunq-omslag: Een nieuwe standaard voor banken?
Lange tijd was het credo van banken: eigen schuld, dikke bult. Maar de druk op de sector groeit. Online bank Bunq lag onlangs zwaar onder vuur nadat bleek dat 28 slachtoffers gezamenlijk 1,6 miljoen euro verloren door geraffineerde phishing. De kritiek van de Consumentenbond en de publieke verontwaardiging hebben geleid tot een revolutionaire koerswijziging.
Bunq hanteert nu een 'coulanceregeling' die de bewijslast omdraait. Het nieuwe principe is: "vergoeden tenzij". In de basis krijgt een gedupeerde 100 procent van de schade terug, tenzij de bank kan aantonen dat er sprake is van grove onvoorzichtigheid, zoals het negeren van expliciete waarschuwingen. Gemiddeld wordt nu 85 procent van de schade vergoed.
Dit is een fundamentele verschuiving in de zorgplicht. Als we naar de totale buit van 69 miljoen euro kijken, stelt dit andere banken voor de vraag: is oplichting een risico voor de consument, of een systeemfalen waar de bank verantwoordelijk voor is? Toch blijft de waarschuwing van de Consumentenbond staan: hoe ruimhartig de compensatie ook is, de emotionele klap van oplichting is niet met geld te herstellen. Voorkomen blijft de enige echte overwinning.
Schaamte als wapen: Waarom we de 'domme' slachtoffer-mythe moeten doorbreken
Het machtigste wapen van de oplichter is niet de techniek, maar de schaamte die achterblijft. Het beeld dat alleen 'onnozele' mensen slachtoffer worden, is een gevaarlijke mythe. We hebben te maken met professionals die psychologische druk uitoefenen die vergelijkbaar is met gijzelingstechnieken. Het Groningse raadslid Jahir Scoop benadrukt dit treffend:
“Ze voelen zich dom of onnozel dat ze erin getrapt zijn, terwijl het gaat om zeer gehaaide oplichters die precies weten hoe ze hun slachtoffers in de val moeten lokken.”
De sociale isolatie die volgt op een fraudegeval is precies wat criminelen willen; het stopt de informatievoorziening naar anderen. Daarom is het initiatief in gemeenten als Groningen, om via dorpshuizen en wijkcentra voorlichting te geven, zo cruciaal. We moeten het gesprek uit de taboesfeer halen en slachtoffers laten inzien dat zij niet gefaald hebben, maar dat ze zijn aangevallen door een miljardenindustrie.
De gemeente Groningen overweegt om in lokale ontmoetingsplekken, zoals wijkcentra en dorpshuizen, gerichte informatiebijeenkomsten te organiseren over cybercriminaliteit en nepagenten. Burgemeester Roelien Kamminga reageert hiermee op de alarmerende stijging van het aantal slachtoffers van digitale oplichting, waarbij alleen al in het afgelopen jaar zo'n 20.000 inwoners werden getroffen. De focus ligt hierbij op het beschermen van kwetsbare ouderen, die na dergelijke incidenten vaak kampen met aanzienlijke emotionele schade en schaamte. Naast fysieke voorlichting onderzoekt de gemeente ook de mogelijkheid om via digitale nieuwsbrieven de algemene alertheid van de bevolking te vergroten.
Een collectieve verdediging
Oplichting in 2024 is geen reeks incidenten, maar een structurele aanval op ons maatschappelijk vertrouwen. De strijd tegen deze industrie kan niet alleen door de politie of door banken worden gevoerd. Het vraagt om een collectieve verdediging: van de alerte medewerker in de boekhandel tot de bankdirecteur die zijn zorgplicht serieus neemt, en van het wijkraadslid tot de kritische consument.
We moeten weer durven vertrouwen op ons onderbuikgevoel. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, of als een autoriteit ongebruikelijke druk uitoefent, is dat een signaal dat niet genegeerd mag worden.
Als de grens tussen een behulpzame agent aan de deur en een geraffineerde oplichter steeds dunner wordt, op welk instinct durf jij dan nog te vertrouwen?
Henk
SHN Community ambassadeur